Belerende ontwikkeling versus lerende ontwikkeling

Belerend lijkt zo mens eigen. Je ervaring, die je als speler of trainer/coach hebt opgedaan, wil je delen met de kinderen. Enthousiasme kan dan vaak zo ver doorslaan dat de gegeven informatie vaak niet, of onvoldoende, wordt opgeslagen. Om iets te leren moet je iets vooral veel doen. Om iets sneller te leren moet iemand hebben die je kan begeleiden in het veel doen. De mate van ontwikkeling wordt dan bepaald door de trainer die een goede balans kan creƫren tussen vertellen en doen. De mate van intensiteit is dan van wezenlijk belang, het aantal keer en de snelheid kan van een, op het oog, makkelijke oefening, een hele moeilijke maken.

Volgens Piagets heeft deze leeftijdsgroep veel energie om te leren, stilzitten en luisteren vinden ze dan nog wel erg moeilijk. Daarom is het voor deze leeftijd belangrijk dat ze spelenderwijs leren. Zodat het opgeslagen wordt in hun systeem en motoriek. In de hersens worden dan automatismes opgeslagen die aangesproken kunnen worden op het moment dat het nodig is. Het kind hoeft dan niet of nauwelijks na te denken en kan zijn brein gebruiken om complexere situaties op te lossen.

Het is dan aan de trainer/coach om de spelers aspecten mee te geven waar het kind mee verder kan. Daarbij kan een trainer/coach ervoor zorgen dat de kinderen in situaties terecht komen waarin zij vaak voor hetzelfde probleem komen te staan. Hoe vaker het kind dat probleem dient op te lossen, hoe beter het kind de situaties herkend tijdens de wedstrijd in het weekend.

Reageren is niet mogelijk